
De conclusies van het overleg waren uiteindelijk tamelijk eenduidig: de Duitse en Nederlandse liefhebbers van het racen met moderne en historische een- en tweecilinders stemmen met ingang van heden hun evenementenagenda's zoveel mogelijk op elkaar af. Bovendien zullen zij hun reglementen waar mogelijk zodanig aanpassen, dat er zoveel mogelijk aan elkaars wedstijden kan worden deelgenomen.
Het SAM-bestuur zat er aan tafel met de Duitse supermonoclub GSA, de Nederlandse DSA, de Nederlandse ONK Classics (tegelijk namens de CMRCH) en verscheidene Duitse 'losse' betrokkenen.
Allen waren het er over eens, dat het wedstrijdrijden met mono's en klassiekers onder druk staat. Organisatoren van evenementen nemen het niet meer serieus, als er geen nationale of zelfs Europese status verbonden is aan de raceklasse. Door de krachten van de verenigingen te bundelen wordt het gemakkelijker om die status sterker uit te stralen. Als rijder op clubniveau kom je moeilijk aan de beurt. Ook de would-be coureurs moeten dus A of B zeggen.
Hendriks raadde alle Nederlandse coureurs aan om in Duitsland een B-licentie aan te vragen. Die is goedkoper en geeft rijders het recht om aan alle evenementen in Europa deel te nemen.
Het rijden met historische racers met meer dan 750 cc cilinderinhoud was een discussiepunt. Zelfs bij motoren van 25 jaar en ouder lopen de verschillen in vermogen te ver uiteen om in gezamenlijke evenementen van start te kunnen gaan. Wel is de afspraak gemaakt om hiervoor te gaan studeren op een aparte Duits-Nederlandse wedstrijdklasse.
Wordt vervolgd.
Volledig verslag (PDF)
GvH
--
Geen opmerkingen:
Een reactie posten